Veel honden en katten krijgen als ze
oud worden problemen met de nieren. De eigenaar gaat dan
met het dier naar de dierenarts en vertelt dat de hond,
of de kat, veel drinkt en zelfs weleens in huis plast. Nu
zijn deze klachten niet erg specifiek, maar vooral bij
reuen is in zo'n geval de kans groot dat het dier lijdt
aan schrompelnieren.
De nieren zijn bij alle diersoorten van
groot belang voor de gezondheid. Ze hebben tot taak het
bloed te zuiveren van giftige stoffen die bij de
stofwisseling ontstaan. Zij zorgen ervoor dat deze
stoffen in de urine terechtkomen. De urine wordt
vervolgens uitgeplast. Niet alleen is het belangrijk dat
het bloed gezuiverd wordt, maar de bedoeling is ook dat
dat zo weinig mogelijk vochtverlies met zich meebrengt.
Daarom wordt de urine zoveel mogelijk geconcentreerd, met
als resultaat dat urine zwaarder is dan gewoon
leidingwater door de grote hoeveelheid giftige stoffen
die erin opgelost zijn. Ook voor de bloedvorming zijn de
nieren van belang. Zij produceren namelijk een stof die
de opbouw van het bloed bevordert.
De verschrompeling van de nieren die
bij veel oudere dieren voorkomt, is een gevolg van een
chronische, d.w.z. langdurige ontsteking van het
nierweefsel. In vaktermen wordt deze kwaal een
"chronische interstitiële nefritis" ofwel
"c.i.n." genoemd. Hoe deze ontsteking ontstaan
is, is bij de meeste dieren niet bekend. De ontsteking is
zo gering dat de patiënt er aanvankelijk totaal geen
last van heeft. Maar in de loop der jaren wordt het
nierweefsel beetje bij beetje vernietigd en vervangen
door bindweefsel. Dat bindweefsel gaat samentrekken en
het gevolg is een verschrompeling. Doordat er steeds meer
nierweefsel verloren gaat, krijgen de nieren steeds meer
moeite om hun taak naar behoren te verrichten. In het
begin wordt dat niet opgemerkt, doordat de nieren een
enorme reservekapaciteit hebben. Ieder dier met gezonde
nieren kan er gemakkelijk één missen. Op een kwade dag
is het dier echter door die reservekapaciteit heen en
zullen de symptomen van de nierverschrompeling
langzamerhand steeds duidelijker worden.
Als een dier zover heen is, is het
meestal moeilijk om hem er nog bovenop te helpen;
eigenlijk ben je dan al te laat. Veel beter is het om de
dierenarts al eerder te raadplegen, namelijk wanneer het
dier duidelijk meer is gaan drinken en plassen dan
vroeger. Niet alleen zijn er dan meer mogelijkheden om
nog iets aan de nieren te doen, maar er zijn nog meer
ziekten die met dezelfde verschijnselen gepaard gaan en
die liefst zo vroeg mogelijk behandeld moeten worden,
b.v. suikerziekte. De behandeling van schrompelnieren
bestaat doorgaans voornamelijk uit het verstrekken van
een zogenaamd nierdieet. In ernstige gevallen is een
tijdelijke of blijvende toediening van medicamenten
noodzakelijk.
Bij de kat is hierover
minder bekend, omdat maar weinig mensen het volhouden om
de kat tien jaar of langer de poezenpil te geven. Maar
het ligt voor de hand dat het ook voor een kat niet
gezond zal zijn.
Ook een bezwaar is dat
de geslachtscyclus door de pil in de schijndracht
stilstaat en dat is zeker voor de hond niet de prettigste
periode. De hond is het gelukkigste in het normale deel
van de geslachtscyclus. Bij een niet-gesteriliseerde teef
is dat slecht de helft van de tijd. De rest van de tijd
is zij loops of schijndrachtig. Een gesteriliseerde teef
is daarentegen altijd "normaal".
Nierdiëten zijn bij dierenartsen en
bij vele dierenspeciaalzaken verkrijgbaar. Deze voeders
zijn zo samengesteld dat er bij de stofwisseling minder
giftige stoffen ontstaan dan normaal. Dit heeft twee
belangrijke gevolgen. Ten eerste wordt het voor de nieren
eenvoudiger om het bloed voldoende te zuiveren. Ten
tweede krijgen de nieren minder giftige stoffen te
verwerken, wat hun conditie ten goede komt. Kenmerkend
voor een nierdieet is, dat het voer eiwitarm is. Bij de
afbraak van eiwit komt namelijk veel stikstof vrij en dat
veroorzaakt de problemen. Het voeren van een eiwitrijk
dieet, bijvoorbeeld met veel vlees, zoals vooral bij
katten, maar toch ook bij honden veel voorkomt, is dan
ook waarschijnlijk niet al te best voor de nieren. Het is
veel beter om het dier één of ander compleet voer te
verstrekken. Zijn de nieren éénmaal ernstig aangetast
dan kan het toepassen van een goed nierdieet het leven
van de patiënt vaak nog met enkele jaren verlengen.
Tegenwoordig wordt wel aangeraden om aan alle oudere
honden, nog voordat ze klachten hebben, een z.g.
seniorendieet te verstrekken. Een seniorendieet is
eigenlijk ook een soort nierdieet, maar de verlaging van
het eiwitgehalte is wat minder extreem. Het is natuurlijk
de vraag in hoeverre het zinnig is om aan iedere hond een
speciaal dieet te geven, wanneer hij (nog) geen klachten
heeft. Er zijn nog wel meer kwalen denkbaar, zoals
bijvoorbeeld blaasstenen, die je dan ook preventief met
een dieet zou kunnen gaan behandelen.
terug naar de inhoudsopgave
Download pdf
© GEMM'ART