In de zomer hebben veel katten en
honden last van jeuk, maar ook gedurende de rest van het
jaar komt deze kwaal veel voor, meestal door vlooien,
soms door iets anders. Wanneer dieren in een buitengewoon
sterke mate last hebben van jeuk is dat meestal niet
uitsluitend aan vlooien te wijten, tenzij men deze
diertjes in drommen over de rug van hun gastheer ziet
lopen. Een enkele keer heeft de patiënt schurft, maar in
de meeste gevallen is er sprake van een overgevoeligheid.
Zo'n overgevoeligheid wordt meestal een
allergie genoemd. Allergieën komen heel veel voor, zowel
bij mensen als bij dieren. Mensen kunnen allergisch zijn
voor dieren en soms ook voor andere mensen, dieren voor
mensen en ook voor andere dieren. Maar mensen en dieren
kunnen ook overgevoelig zijn voor andere dingen, zoals
bijvoorbeeld het stuifmeel van allerlei planten.
Een bekend voorbeeld van zo'n
overgevoeligheid is hooikoorts. Een patiënt met een
allergie kan op verschillende manieren behandeld worden.
De meest voor de hand liggende methode is ervoor te
zorgen dat hij niet met datgene waar hij zo gevoelig voor
is, het z.g. allergeen, in aanraking komt. Vaak is dat
onmogelijk. In dergelijke gevallen kan men proberen de
patiënt van zijn allergie af te helpen, men noemt dat
desensibiliseren. Dit is voor de patiënt een erg
onaangename methode, het is nogal duur en het helpt lang
niet al tijd. Maar als het helpt is het natuurlijk
ideaal.
De derde en bij dieren meest gebruikte
manier is het onderdrukken van de jeuk. Hiervoor bestaan
verschillende geneesmiddelen. Honden en katten zijn erg
vaak overgevoelig voor vlooien. Dat wil zeggen dat ze van
een vlooiebeet een enorme jeuk krijgen, meestal achter op
de rug, in de liezen en bij kat ten soms ook rondom de
hals.
De gevolgen zijn kale en kapot gekrabde
en -gebeten plekken. Het dier gaat er lelijk uit zien en
gaat vaak ook stinken. In een dergelijk geval is het van
groot belang om de dieren goed vlovrij te houden. Vaak
lukt dat echter niet. Desensibiliseren wordt zelden
geprobeerd, meestal wordt het dier behandeld met iets dat
de jeuk onderdrukt. Als het af en toe eens voorkomt met
injecties, anders met tablettenkuren.
Als de patiënt erg vaak op deze manier
wordt behandeld of met hoge doseringen, dan kunnen deze
medicijnen andere ziekten veroorzaken, zoals bijvoorbeeld
suikerziekte. Dit komt echter niet vaak voor en bovendien
is er meestal voor deze behandelingen maar een
alternatief, en dat is het dier in laten slapen.
Bij honden komt vaak voor dat ze
allergisch zijn voor hun voeding. Ze krijgen er dan jeuk
van, of diarree of allebei. Weer geldt dat het het beste
is ervoor te zorgen dat ze niets naar binnen krijgen,
waar ze overgevoelig voor zijn. Met een dieet is het vaak
mogelijk de hond van zijn kwaal te verlossen. Ook bij
voedingsallergieën gaat dat echter lang niet altijd,
hoewel vaker dan bij een vlooienallergie. Dan resten weer
de pillenkuren of de injecties.
Dit waren nog maar twee voorbeelden van
allergieën en er zijn er nog veel meer te bedenken. De
behandeling is vaak lastig en niet zelden komen de
klachten van tijd tot tijd terug. De meest gebruikte
behandelingsmethode is verre van ideaal, maar voorlopig
is er nog niets beters.
terug naar de inhoudsopgave
Download pdf
© GEMM'ART