DIERENPAGINA

HET KONIJN

Een gezond konijn is een leuk huisdier. Vooral de vertegenwoordigers van de wat grotere rassen kunnen erg aanhankelijk zijn. Ze komen als je roept, sommige zijn zindelijk en er zijn zelfs konijnen die kunnen apporteren. Maar ook als ze dit alles niet kunnen, zijn het toch meestal vriendelijke en sociale dieren.

Ze hebben ook een nadeel. Als ze ziek zijn is het vaak ernstig. Ze zijn vrij klein en erg kwetsbaar en er zijn veel medicijnen, vooral antibiotica, waar ze niet tegen kunnen. Daarom moet je heel goed weten wat je aan ze geeft.

Het is overigens vaak zo dat op een bepaald geneesmiddel iedere diersoort anders reageert. Daarom moet je ook nooit op eigen houtje medicijnen die voor mensen bestemd zijn aan dieren verstrekken, want er is een grote kans dat de medicijnen geen enkel effect hebben of, het andere uiterste, dat het dier eraan dood gaat. Maar dit terzijde.

Zoals gezegd is een konijn een gevoelig dier. Het komt regelmatig voor dat een konijn 's morgens nog geheel gezond lijkt en 's avonds dood in zijn hok ligt. Reden om de diertjes goed in de gaten te houden. En waar moet je dan op letten?

De oren.

Deze horen van binnen schoon te zijn. Zie je in de oren korsten dan heeft het konijn oorschurft en moet door de dierenarts daartegen behandeld worden. Als een konijn zijn kop voortdurend scheef houdt, is het ernstiger en moet het zo snel mogelijk door de dierenarts onderzocht worden. Waarschijnlijk heeft het dan middenoor- en/of binnenoorontsteking. Als het te lang duurt, raakt het evenwichtsorgaan onherstelbaar beschadigd en kan het niet meer herstellen. De kop gaat steeds schever staan, het konijn gaat op zijn zij liggen en gaat uiteindelijk eraan dood.

De huid.

Als het konijn voortdurend jeuk heeft of kale plekken krijgt, dan heeft het vermoedelijk last van schimmels of parasieten. In beide gevallen kan de dierenarts hem daar meestal wel vanaf helpen. Beschadigingen van de huid kunnen voor een konijn fataal zijn, wanneer vliegen er eieren in leggen. Uit die eieren komen larven en die larven eten zich een weg door het konijn. Iedere zomer komen dergelijke trieste gevallen weer voor. Wanneer de vliegelarven zich door de huid hebben heen gegeten, is herstel praktisch uitgesloten en moet het konijn uit zijn lijden verlost worden.

De tanden en de nagels.

Bij sommige konijnen moeten deze af en toe geknipt worden. De tanden van een konijn blijven namelijk gedurende het hele leven groeien en als ze niet netjes op elkaar afslijten, kunnen ze zo lang worden dat het dier niet meer kan eten en drinken en van dorst sterft.

De keutels.

Het konijn produceert twee soorten keutels. Harde, droge en zachte, vochtige. De zachte keutels eet het weer op en daarvan maakt het de harde, droge mest. Dit is te vergelijken met het herkauwen van runderen, schapen, geiten e.d. Diarree kan een konijn krijgen door het eten van teveel groenvoer. Als een konijn diarree heeft, mag het geen groenvoer hebben, totdat de ontlasting weer normaal is. Wel moet het altijd zoveel water kunnen drinken als het wil, omdat er anders kans op uitdroging bestaat.

Abcessen.

Een konijn kan abcessen krijgen, meestal in de bek. Waarschijnlijk ontstaan ze, doordat scherpe voedseldelen gaatjes in het slijmvlies van de bek prikken waardoor een geÔnfecteerd wondje ontstaat. Vervolgens ontstaat daar dan een met etter gevulde bult. Als je de bult openmaakt, kun je de etter eruit duwen. Daarna wordt de wond gespoeld en gedesinfecteerd en net zolang behandeld, totdat hij dichtgegroeid is. Ondanks een zeer grondige behandeling, komt bijna altijd op dezelfde plaats het abces weer terug en moet het konijn na kortere of langere tijd geŽuthanaseerd worden.

Myxomatose.

Sinds de jaren vijftig heeft deze ziekte zich sterk verbreid. Myxomatose leidt ieder jaar weer tot aanzienlijke sterfte onder wilde en tamme konijnen. De ziekte wordt veroorzaakt door het myxomatosevirus. De verspreiding van deze ziekte kan op verschillende manieren plaatsvinden. Meestal gaat het via stekende insecten, zoals vlooien, muggen en vliegen. Ook is besmetting mogelijk via direct contact met besmette dieren of materialen. Jonge konijnen zijn gevoeliger dan volwassen exemplaren. De tijd tussen de besmetting en het zien van de eerste symptomen bedraagt enkele dagen tot een week. In de huid van aangetaste dieren ontwikkelen zich weke bobbels (myxomen). Voorkeursplaatsen voor deze myxomen zijn rond de ogen, de snuit, de oren en rond de anus. Na verloop van tijd kleven de oogleden aan elkaar en ontstaat er een vaak een etterige ogen neusuitvloeiÔng. Wanneer een infectie in een groep konijnen is aangeslagen is het verloop zeer moeilijk te beÔnvloeden. De preventie van myxomatose is van groot belang en kan op verschillende manieren bevorderd worden:

Zorgen dat de konijnen niet in aanraking komen met het virus. Dit kan men o.a. bereiken door insecten te weren door middel van fijnmazig gaas, vlooienbestrijding enz. In de praktijk is dit vaak onmogelijk.

Vaccinatie. De meest geschikte tijd om tegen Myxomatose te vaccineren is het voorjaar (april, mei), aangezien het gevaar van besmetting via insecten in de zomer het grootst is. Eventueel kan men de dieren nog een herhalingsvaccinatie geven in de maand juli of augustus. Dit is vooral bij jonge dieren van belang of indien de kans op infectie groot is. De inenting geeft al vanaf zeven dagen na de toediening bescherming tegen myxomatose.

Viraal haemorrhagisch syndroom.

Het Viraal Haemorrhagische Syndroom, is een zeer besmettelijke konijneziekte, die voor het eerst in 1984 in China werd waargenomen. De ziekte heeft zich sedertdien verbreid en komt nu ook in Europa voor. VHS wordt veroorzaakt door een virus. De ziekte kan zich snel via o.a. mest, besmette dieren en materialen (o.a. vers gesneden gras) verspreiden. Voornamelijk konijnen ouder dan 10 weken worden door VHS getroffen. Jonge voedsters zijn er erg gevoelig voor. De tijd tussen besmetting en het zien van de eerste symptomen bedraagt 1-3 dagen. Er zijn drie vormen:

Zeer snel verlopende vorm, gekenmerkt door plotselinge dood;

Snel verlopende vorm: depressie, stoppen met eten, benauwdheid, hoge koorts, evenwichtsstoornissen, soms schreeuwen en tandenknarsen. Vaak ziet men in het laatste stadium een schuimige, bloederige, neusuitvloeiÔng;

Milde vorm. Deze vorm is zeldzaam. De patiŽnt herstelt en ontwikkelt een levenslange immuniteit.

Na een VHS-infectie sterft 75% ŗ 100% van de zieke dieren. Ook voor de preventie van VHS kunnen verschillende maatregelen genomen worden.

Bevordering van de hygiŽne, quarantaine van nieuw aangekochte dieren, enz.)

Vaccinatie. De bescherming begint 4 dagen na de vaccinatie en is na ongeveer 1 week optimaal.

Onderkoeling.

Tenslotte wil ik het nog hebben over het probleem van de onderkoeling. Als het vriest, gebeurt het regelmatig dat konijnen die buiten in een hok zitten, onderkoeld raken. De kans hierop is vooral groot als het hok niet vaak genoeg van schoon stro voorzien wordt of bijvoorbeeld inregent. Vooral heel jonge en oude konijnen zijn bij vorst niet in staat hun lichaamstemperatuur in een buitenhok op peil te houden. Ze moeten dan ook binnengehouden worden.

terug naar de inhoudsopgave

Download pdf

© GEMM'ART