DIERENPAGINA

NARCOSE

Het komt vaak voor dat een dier voor een of andere behandeling onder narcose gebracht moet worden. En het is me opgevallen dat veel mensen denken dat zo'n narcose erg schadelijk is voor de patiŽnt. Vandaar dat ik wil proberen uit te leggen wat een narcose eigenlijk is. Heftig verzet tegen een behandeling is een van de redenen om een dier onder narcose te brengen; bijvoorbeeld bij het schoonmaken van het gebit. Ook als een behandeling te pijnlijk is, bijvoorbeeld een operatie, is narcose noodzakelijk. Ten derde kun je een narcose toepassen bij het maken van een rŲntgenfoto, indien je er zeker van wilt zijn dat de patiŽnt volkomen stil in een bepaalde houding blijft liggen tijdens het maken van de foto.

De narcose bestaat uit vier onderdelen: slaap, pijnloosheid, spierverslapping en tenslotte geheugenverlies. Dat een dier tijdens de narcose slaapt en zo te zien geen pijn voelt is voor iedereen duidelijk. De spierverslapping is ook erg belangrijk. Operaties zijn veel gemakkelijker uit te voeren, wanneer de spieren volledig ontspannen zijn. Ook bij het maken van rŲntgenfoto's is dit onderdeel van de narcose erg belangrijk.

Het geheugenverlies is bij dieren veel minder belangrijk dan bij mensen. Toch kun je je voorstellen dat het ook voor een hond erg beangstigend kan zijn, als hij zich na de operatie herinnert wat er allemaal met hem gebeurd is.

Er zijn verschillende manieren om een patiŽnt onder narcose te brengen. Bij mensen gaat het vaak als volgt. Geruime tijd voor de operatie krijgt de patiŽnt een kalmerend middel toegediend. Vlak voor de operatie wordt de patiŽnt in de narcose ingeleid door middel van een injectie in een ader. Hij valt dan onmiddellijk in slaap en vervolgens wordt er een soort rubber slang in de luchtpijp geschoven. Via deze slang wordt dan een mengsel van zuurstof, lachgas en een narcosemiddel toegediend. Zolang dit mengsel in voldoende mate wordt toegevoerd, blijft de patiŽnt in een stabiele slaaptoestand. D.w.z. dat hij niet steeds dieper wegzakt en tenslotte doodgaat, en dat hij ook niet geleidelijk aan bijkomt.

Het toedienen van een narcose op deze wijze heeft vele voordelen. Je kunt binnen bepaalde grenzen de narcose zolang laten duren als je wilt. Als de patiŽnt onverhoopt stopt met ademen is het eenvoudig om hem met behulp van een beademingsapparaat, dat meestal al onmiddellijk bij het begin van de narcose is aangesloten, te beademen. Ook veel dierenartsen brengen op deze wijze hun patiŽnten onder narcose. De meeste dierenartsen doen het op een andere manier.

Ze dienen de narcose toe door middel van een enkele injectie van een mengsel van verschillende narcosemiddelen. De patiŽnt valt hierna snel in slaap. Zodra hij slaapt, begint de voorbereiding van de operatie en als de patiŽnt geheel ontspannen is begint de operatie. Die wordt dan met bekwame spoed uitgevoerd, zodat hij voltooid is, voordat de patiŽnt weer bijkomt. Mocht deze echter te vroeg tekenen van bijkomen vertonen, dan wordt nog een tweede injectie gegeven.

Het nadeel van deze methode is dat de patiŽnt nooit in een stabiele toestand komt. Vlak na de injectie gaat hij zeer diep onder narcose. Is hij het dieptepunt gepasseerd, dan begint hij geleidelijk aan weer bij te komen. Verder is in geval van een ademstilstand beademing alleen mogelijk door mond op neus beademing.

De voordelen van deze methode zijn ook niet gering. Het toedienen van de narcose gaat snel en eenvoudig. De kwaliteit van de narcose is uitstekend. Voor dieren van minder dan 40 kg, en dat zijn de meeste, is deze methode goedkoper. Ze komen sneller bij uit de narcose en dat is vooral bij dieren toch wel erg prettig. Tenslotte is deze methode minder schadelijk voor diegenen die de operatie bijwonen, omdat er geen narcosegassen door de patiŽnt uitgeademd worden.

Het toedienen van een narcose op een van de beschreven manieren is erg veilig. Oude en zieke dieren lopen natuurlijk een verhoogd risico om niet meer bij te komen. Ook erg vette dieren lopen duidelijk meer gevaar. Maar voor een gezonde, niet al te dikke patiŽnt is de kans op ongelukken praktisch afwezig. Ook is er geen aantoonbare blijvende schade aan het zenuwstelsel.

terug naar de inhoudsopgave

Download pdf

© GEMM'ART