Eén van de veranderingen die zich de
afgelopen twintig jaar in de diergeneeskunde voltrokken
heeft, is het feit dat tegenwoordig vrijwel iedere
dierenarts beschikt over een röntgenapparaat. Voor die
tijd was dat veel minder gebruikelijk. Voor zover ik weet
zijn er tegenwoordig in ons dorp meer grote
röntgenapparaten voor huisdieren dan voor mensen in
gebruik.
Veel mensen vinden het vanzelfsprekend
dat de dierenarts röntgenfoto's maakt, maar zo
vanzelfsprekend is dat eigenlijk helemaal niet.
Ten eerste is de aanschaf van de
apparatuur een erg grote investering. Als men ernaar
streeft kwalitatief goede foto's te maken, dan is het
gebruik van een röntgenapparaat met een groot vermogen
noodzakelijk. En een apparaat met een groot vermogen kost
ook een vermogen. In veel praktijken kost het
röntgenapparaat meer dan het opbrengt.
Ten tweede is het maken van een goede
foto een moeilijk en tijdrovend werk. Huisdieren zijn er
in alle maten en gewichten en je kunt van alle
lichaamsdelen foto's maken. Voor iedere foto moet het
röntgenapparaat dan weer anders ingesteld worden.
Regelmatig blijkt de foto dan ook over- of onderbelicht
te zijn en moet dan overgemaakt worden. Alleen bij zeer
makke dieren, die zelf zo vriendelijk zijn om netjes stil
te blijven liggen, is het mogelijk goede foto's te maken
zonder narcose. Vaak is echter een lichte narcose
noodzakelijk, ook al omdat het erg moeilijk is om de
dieren stevig vast te houden tijdens het maken van de
foto.
Degene die de foto's maakt en degene
die daarbij helpt, moeten namelijk ernaar streven dat zij
zelf zo min mogelijk bloot gesteld worden aan straling.
Daartoe dragen zij een loden schort en loden handschoenen
en moeten zij ervoor zorgen dat zij zelf buiten de
stralenbundel van het apparaat blijven. Blootstelling aan
teveel straling kan op den duur een aantal akelige
ziekten tot gevolg hebben.
Na het "schieten" van de
foto, moet hij ontwikkeld worden. Dat moet met zorg
gedaan worden en de erbij gebruikte chemicaliën moeten
van goede kwaliteit zijn, anders wordt een goede foto
alsnog bij het ontwikkelen verknoeid. Wanneer de foto
klaar is, moet hij beoordeeld worden. Dat is niet altijd
even eenvoudig. Bij duidelijke afwijkingen, zoals
botbreuken en dergelijke valt het wel mee. De afwijking
is dan duidelijk zichtbaar en meestal weet je van tevoren
al waar hij zit. In dergelijke gevallen wordt de foto
niet gemaakt om te ontdekken wat er aan de hand is, maar
om te kijken hoe het precies eruit ziet. Dat is van groot
belang bij een eventuele operatie. Röntgenfoto's van
inwendige organen zijn veel moeilijker te beoordelen. Om
afwijkingen te kunnen ontdekken, moet je weten hoe het
normaal eruit ziet. Dan moet je goed kijken naar de vorm,
de belijning en de structuur van wat er op de foto
zichtbaar is. Kleine afwijkingen worden dan gemakkelijk
over het hoofd gezien. En als de foto niet van een prima
kwaliteit is kun je ze helemaal niet zien.
Een uitzondering vormen de vreemde
voorwerpen. Als een hond een naald of een steen heeft
ingeslikt of als hem een mergpijpje dwarszit, zie je die
op de foto onmiddellijk. Maar niet alle vreemde
voorwerpen zijn op röntgenfoto's duidelijk zichtbaar.
voorwerpen van plastic of hout zijn lang niet altijd even
gemakkelijk te ontdekken. De röntgenologie is een
machtig mooi hulpmiddel bij de behandeling van zieke
mensen en dieren en heeft zijn nut ook al miljoenen malen
bewezen, sinds de röntgenstraling in 1895 werd ontdekt
door Julius Röntgen. Ik heb in het voorgaande slechts
duidelijk proberen te maken dat er geen sprake is van
"even een fotootje maken" om eens even te zien
hoe het er van binnen uitziet, zoals ik nogal eens hoor.
Het maken van röntgenfoto's is duur, moeilijk en
tijdrovend en biedt lang niet altijd een oplossing.
terug naar de inhoudsopgave
Download pdf
© GEMM'ART