Toen ik begon met illustreren maakte ik alles met de hand. Er was meestal geen contract. Ik stuurde illustraties op met de post. Soms werden de illustraties na gebruik teruggestuurd, soms niet. Via de Nederlandse Vereniging van Illustratoren, de NIC, kwam ik in 1998 terecht bij de BNO, de Beroepsorganisatie Nederlandse Ontwerpers. Zo leerde ik welke rechten ik had. De BNO hield ons op de hoogte. De uitgeverijen kregen daar last van. Ze gingen contracten aanbieden waarin stond dat de illustrator afstand deed van auteursrechten. BNO raadde het af om dergelijke contracten te tekenen. Ze maakten zelf een contract dat rechtsgeldig was: de illustratoren overeenkomst.

Op een gegeven moment kreeg ik ook contracten aangeboden van uitgeverijen. Deze stuurde ik ter controle door naar BNO. Er was altijd wel iets mis. De mensen van BNO adviseerden mij te vragen of de contracten gewijzigd konden worden. Dat deed ik. Soms kreeg ik een mailtje waarin stond dat bepaalde onderdelen van het contract voor mij niet van toepassing waren. Soms werd er beloofd dat het contract aangepast zou worden. Maar dan kwam er meestal geen nieuw contract. Twee keer is een contract voor mij gewijzigd. Voor opdrachtgevers die zelf geen contract hadden heb ik het contract van BNO gebruikt.
Een paar jaar geleden nodigde de BNO illustratoren uit om hun visie te geven op de auteursrechtenkwestie. Ik besloot er heen te gaan. Op de bijeenkomst zaten veel illustratoren die geweigerd hadden wurgcontracten te tekenen en nu moeite hadden werk te vinden. Aan het eind van de middag kwam er een opgewekte illustrator binnenwandelen. Zij vertelde dat ze genoeg werk had. Ze tekende altijd alle contracten die ze aangeboden kreeg en daardoor stond ze bij de opdrachtgevers in een goed blaadje.
Zo werkt de vrije markt. Uitgeverijen zijn concurrenten van elkaar. Als één uitgever zijn illustratoren beter behandelt dan zijn concurrenten, dan worden zijn boeken naar verhouding duurder. De vrije markt gaat alleen over geld. Het zijn niet de mensen die het beste werk afleveren die overblijven, het zijn de mensen die hun werk het beste weten te verkopen. Daarom is de “ik-kan-eigenlijk-niet-tekenen-stijl” van sommige illustratoren zo populair. Het is goedkoop.

Volgende bijdrage Vorige bijdrage