Lang geleden had ik een woordenwisseling op internet met andere illustratoren. Ik vond dat auteursrechten alleen interessant waren voor tekenaars die bekend waren. Als iemand een plaatje van Dick Bruna of Hergé gebruikte, dan viel het meteen op. De kans was groot dat ze er achter kwamen en er geld voor gingen vragen. Bovendien hadden zij de middelen om er voor te zorgen dat het geld ook echt binnen kwam. Als iemand een plaatje van mij gebruikte was de kans maar klein dat ik dat zou merken. Onbekende tekenaars hadden volgens mij niet veel aan dat auteursrecht.

Daarnaast heb je er last van. Op bijna alle ontwerpen, van theekopje tot flatgebouw, rusten auteursrechten. En die mag je niet zo maar natekenen. Mij werd bijvoorbeeld gevraagd een mooi prijskaartje te tekenen van een duur kledingmerk. Maar de naam van kledingmerk moest veranderd worden. En dat maakte het meteen een minder duur kledingmerk.
En een pen voor linkshandigen. Ik vond er twee op internet. Ik heb de fabrikanten gevraagd of ik ze mocht natekenen. Ik heb nooit antwoord gekregen. Het plaatje moest binnen twee weken af zijn. Dus ik heb een nieuwe pen voor linkshandigen ontworpen.
Ook het hergebruik van icoontjes die worden gebruikt op campings is waarschijnlijk erg duur of moeilijk te bemachtigen. Ik heb nieuwe icoontjes ontworpen voor een informatieboekje over campings. Dat zijn dus niet de iconen die de kinderen tegenkomen als ze gaan kamperen.
Tegenwoordig is er Pictoright. Hierdoor ontvangen illustratoren die niet bekend zijn ook geld als hun werk opnieuw gebruikt wordt. Dit gebeurt automatisch. Scholen mogen illustraties uit schoolboeken kopiëren en betalen daar voor. Bibliotheken betalen ook wat.
Maar als een illustrator ontwerpen van anderen wil natekenen kost het krijgen van toestemming te veel tijd. Daar zou nog iets op gevonden moeten worden.

Volgende bijdrage Vorige bijdrage